Natuurgeneeskunde

Natuurgeneeskunde

Natuurgeneeskunde is een verzamelnaam voor allerlei geneeswijzen die, zoals de naam al zegt, gebruik maakt van de van nature aanwezige ingrediënten voor genezing. Soms liggen deze ten grondslag aan methodes die in de reguliere geneeskunde worden gebruikt. Deze therapieën zijn vaak anders dan de reguliere methoden omdat ze zich richten op de hele mens (holisme). In de natuurgeneeskunde werken we dus op het aanpakken van de diepere oorzaken die de klachten geven en niet alleen symptoombestrijdend (curatief) maar ook juist preventief en complementair (aanvullend) door in de diepte en breedte te werken.

Werkwijze en diagnose:

Met het afnemen van een Anamnese wordt een heel belangrijke eerste stap gezet in de behandeling en werkwijze van de natuurgeneeskundige therapie. Het woord “anamnese” betekent herinneren. Tijdens de anamnese worden de klachten , belevingen en ervaringen ten aanzien van fysieke, mentale en emotionele aspecten geordend. Daarnaast komen werking van orgaansystemen, ziektegeschiedenis, familiaire aandoeningen, en medicijngebruik aan bod. Ook de werking van de spijsvertering wordt besproken.natuurlijke genezende kruiden

Hiernaast houden we rekening met (on)juiste omgevingsfactoren zoals schadelijke stoffen in voeding en het milieu, die direct in ons lichaam terecht kunnen komen met alle ziekmakende gevolgen van dien. Er wordt gekeken naar de invloed hiervan op de gezondheid en het ontstaan van ziekte. Het zijn vooral de biochemische achtergronden in relatie tot voeding en omgevingdie ons systeem beïnvloeden.

De Orthomoleculaire-diëtiek is een variant op de normale dieetleer en gaat uit van de orthomoleculaire benadering waarbij de aanvulling en variatie van micronutriënten voorop staat. Ook hier wordt weer aandacht besteed aan de leefomgeving en een onderverdeling gemaakt in uitwendig, inwendig en emotioneel gif. Tijdens het consult volgt hieruit eventueel het bijbehorende orthomoleculaire advies.

Psychosomatische klachten hebben ook hun bron van veroorzakende factoren. Ik schaar mij hier achter de visie van Thorwald Dethlefsen en Rudiger Dahlke waarbij lichamelijke klachten worden gezien als uitdrukkingen van de ziel. Overtuigingen, spiegeling en blinde vlek zijn hierin belangrijke bronnen en geven ons veel informatie.

Een Voedingsanamnese wordt afgenomen en mentale en emotionele aspecten zoals, slapen, concentratie en leefomstandigheden worden besproken. Naast het gesprek geeft Iriscopie een mogelijke aanvulling op de diagnose. Vanuit deze gegevens stel ik samen met u een behandelplan op.

Afhankelijk van de aard van de klachten en de informatie die vrijkomt tijdens het eerste consult en het intakegesprek wordt voor de meest passende methode van dat moment gekozen. Dit kan een combinatie van verschillende behandelmethoden zijn, ondersteunende gesprekken en/of voedingssupplementen, energetica, fytotherapeutica, homeopathie of orthomoleculaire middelen. Een voedingsadvies of ontspanningsoefeningen kunnen ook tot ondersteuning dienen en worden vaak als “huiswerk”mee gegeven. Voor meer informatie omtrent de behandelwijzen verwijs ik u naar middelen en methoden.

Tevens wil ik u er op wijzen dat ik géén arts* ben en dat ook niet pretendeer te zijn. Ik biedt een therapeutische en aanvullende ondersteuning bij lichamelijke, geestelijke en psychosomatische klachten. Door het herstellen van de natuurlijke doorstroom van energie in het systeem (op alle niveau’s) ontstaat een balans. Dit resulteert veelal in een situatie waarbij het zelfherstellend vermogen van het lichaam weer zijn werk kan doen waardoor uw klachten zullen verminderen, dan wel totaal verdwijnen.

* Daarnaast adviseer ik u om ten alle tijde uw arts of specialist te raadplegen of in kennis te stellen over de door u te volgen methode en/of therapie. En nóóit de door uw arts of specialist voorgeschreven medicatie te staken of zijn/haar advies te negeren.

Tips om gezond te eten:

Tips om gezond te eten:

gezonde voeding

 

Los van alle individuele verschillen en specifieke eisen in geval van ziekte, is het mogelijk om algemeen geldende voedingsrichtlijnen te geven:

• Varieer zo veel mogelijk. Hierdoor kun je tekorten aan noodzakelijke voedingsstoffen voorkomen. Bovendien vermijd je dat je teveel schadelijke stoffen, die van nature in de voeding voorkomen (nitraat in groente bijvoorbeeld), binnenkrijgen. Ook is er minder kans om een voedselovergevoeligheid te ontwikkelen.
• Kies voor natuurvoeding, je krijgt dan geen resten van bestrijdingsmiddelen binnen en de smaak is meestal ook veel beter.
• In de winkel zorgvuldig het etiket lezen, kan je een stuk wijzer maken. Handig om te weten is dat de volgorde van de ingrediënten niet willekeurig is: het meest gebruikte ingrediënt wordt als eerste genoemd.
• Eet meer plantaardige en minder dierlijke producten.
• Eet royaal groente (minimaal 250 gram per dag) en fruit (minimaal 200 gram/2 stuks per dag).
• Rauwkost heeft vaak een gezondheidsimago, maar niet iedereen is in staat om het goed te verteren. Slecht verteerde rauwkost kan de gezondheid eerder schaden dan goed doen. Probeer het daarom eerst met een kleine hoeveelheid en snijd het heel fijn. Goed kauwen is belangrijk. Sperziebonen, snijbonen en peultjes niet rauw eten en kiemen van peulvruchten (zoals taugé) niet te vaak onverhit eten.
• Door groente te smoren of te roerbakken in een beetje koudgeperste (olijf)olie blijven de voedingsstoffen en de smaak beter behouden.
Bètacaroteen is een belangrijk vetoplosbare vitamine in groenten en fruit. Een kleine hoeveelheid vet vergroot de opname. Roerbakken, maar ook een theelepel olie in een glas groentensap of (gedroogde) abrikozen met wat noten eten, zijn enkele voorbeelden.
• Combineer nitraatrijke groentesoorten, zoals andijvie, bleekselderij, postelein, raapstelen, rode biet, sla, spinazie en spitskool niet met vis. Er kunnen schadelijke stoffen (nitrosamines) gevormd worden. Ook het groentennat van nitraatrijke groenten niet gebruiken voor saus of soep en geen restjes bewaren. Eet nitraatrijke groenten niet vaker dan twee keer per week. Biologische groenten van de volle grond bevatten het laagste nitraatgehalte.
• Natuurtroebele vruchtensappen geven veel minder snel aanleiding tot diarree bij kinderen. Melkproducten zijn hier uit den boze.
• De meeste kinderen houden van zoet, maar een minder zoete smaak is aan te leren. Diksap is hiervoor ideaal, omdat de verdunning met water zelf bepaald kan worden. Probeer vanaf het begin geen suiker in de kruidenthee te doen: venkel, anijs en zoethoutthee zijn van nature al een beetje zoet.
• Volkoren koekjes gezoet met graanstropen smaken ook minder zoet en vinden kinderen toch erg lekker, evenals ongezwaveld gedroogd fruit.
• Gebruik zo veel mogelijk ongeraffineerde graanproducten zoals volkoren brood, pasta, zilvervliesrijst en graanvlokken. Liefst biologisch en geen genetisch gemanipuleerd voedsel. ( Zie ook de lijst op www.greenpeace.nl)
• Ook peulvruchten kunnen eens wat vaker op het menu verschijnen. Peulvruchten kunnen zowel het vlees als de aardappelen vervangen, maar niet de verse groenten.
• Verminder de hoeveelheid vlees en vleeswaren tot maximaal 100 gram (rauw gewicht) per dag en eet het niet elke dag.
• Eieren kunnen het vlees vervangen bij de warme maaltijd.
• Vanwege het milieu, dierenwelzijn en de goede smaak kun je het beste biologisch of biologisch-dynamisch vlees en eieren kopen.
• Probeer gemiddeld twee keer per week vis te gebruiken en kies regelmatig de vette soorten zoals haring, makreel, zalm, sardines. Leuk om te weten is dat een gemiddeld vette vis ongeveer net zo weinig vet bevat als mager rundvlees.
• Vlees en vis stomen is beter dan bakken in vet.
• Kaasgebruik beperken tot een of twee boterhambeleggingen en het niet te vaak als vleesvervanger bij de warme maaltijd eten.
• Ongezoete zure melkproducten, zoals karnemelk, yoghurt of biogarde, hebben de voorkeur boven zoete melkproducten, zoals gewone melk en vla. Nog beter is het om helemaal geen zuivelproducten te nuttigen of het tot een minimum te beperken.
• Kwark is verse kaas wees ook daar niet te royaal mee.
• Varieer eens met vleesvervangers en vegetarisch beleg bij de maaltijd.
• Voor op brood kunt u met mate biologische roomboter of biologische margarine/halvarine nemen.
• Als u geen roomboter, margarine of halvarine gebruikt, let dan op uw vitamine A en D inname. Vette vis, meer groenten en fruit en regelmatig naar buiten zijn dan zeker aan te raden.
• Gebruik in plaats van zout: oerzeezout, zeezout of gejodeerd mineraalzout. Ook verse en gedroogde kruiden en specerijen kun je ook een pittige smaak krijgen, waardoor er minder zout nodig is.
• Gebruik zo min mogelijk (liever geen) geraffineerde suiker of zoetstoffen.
• In de natuurvoedingswinkel vindt u naast de pindakaas veel soorten noten- en zadenpasta’s voor op brood of voor een lekkere saus bij de warme maaltijd.
• Noten, zaden en pinda’s kunnen behalve als tussendoortje ook verwerkt worden in de warme maaltijd als vleesvervanger.
• Bij de warme maaltijd kunt u olie gebruiken om te (roer)bakken en voor dressings.
• Drink minimaal 1,5 liter vocht en reken koffie, (zwarte) thee en alcohol niet mee. Beter is: kruidenthee, rooibosthee, granen- of vruchtenkoffie, groenten- of vruchtensappen, zure melkproducten, bronwater eventueel met Diksap, kruidenbouillon.

Tijdens de consulten in de praktijk krijgt u soms een aangepast voedingsadvies mee waarin duidelijk staat aangegeven welke producten u beter niet kunt nuttigen met betrekking tot uw klachten.
Ook is er een folder verkrijgbaar met de informatie over voedselcombinaties.